Inductief-iteratief onderzoek

Van Kwamcowiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

1. Definitie begrip

Inductief – iteratief onderzoek is een kwalitatieve data-analyse methode. Het is een onderzoekstrategie waarbij wordt geredeneerd vanuit het bijzondere naar het algemene. Hypotheses worden gezocht aan de hand van empirisch onderzoek, waarbij dataverzameling en analyse elkaar aanvullen (Bryman, 2008).

2. Uitleg betekenis begrip

Inductief-iteratief onderzoek is een onderzoeksmethode die gebruikt wordt bij kwalitatief onderzoek (Bryman, 2008). Bij inductief-iteratief onderzoek wordt theorie gevormd vanuit bevindingen. De bevindingen worden teruggekoppeld naar de voorraad van theorie en de onderzoeksresultaten. Dit kan gezien worden als een soort reflectie. Ze laten zien hoe de bevindingen en interpretaties van de bevindingen kunnen worden terug gezocht in de voorraad van theorie (Bryman, 2008).

Inductief-iteratief onderzoek maakt gebruik van een logische en methodologische wijze van redeneren van het bijzondere naar het algemene ( ‘t Hart, Boeije en Hox, 2007). Bij inductief- iteratief onderzoek is vooraf niet bekend naar welke thema’s of categorieën wordt gezocht (Van IJzendoorn, 1988). Het tegenovergestelde van inductie is deductie. Deductieve theorie komt vooral voor bij kwantitatief onderzoek en is dus niet aan de orde bij inductief- iteratief onderzoek (Bryman, 2008).

Inductief- iteratief onderzoek maakt gebruik van een iteratief proces, een beweging tussen data en theorie, dit is weer te geven met een spiraal, die steeds teruggaande bewegingen maakt (Bryman, 2008). Tijdens het verzamelen van gegevens worden voorlopige analyses gemaakt op grond waarvan nieuwe gegevens worden verzameld (Van IJzendoorn, 1988). Inductief- iteratief onderzoek is ontleend aan een kwalitatieve traditie en voornamelijk aan een vorm van statische analyse, waarbij naar een onderliggende structuur van een databestand wordt gezocht, door herhalend van andere (statische) veronderstellingen uit te gaan (Van IJzendoorn, 1988).

Inductief-iteratief onderzoek is representatief. in de gefundeerde theoriebenadering. Deze benadering wordt gebruikt bij kwalitatieve data analyses (Huehls, 2005). Het gaat om de ontwikkeling van theorie die uit data komt en herhalend is, dataverzameling en theorie verwijzen naar elkaar (Bryman, 2008). Bij de gefundeerde theorie benadering, wordt gebruik gemaakt van theoretische dataverzameling, codering, data wordt in stukken verdeeld doordat namen worden gegeven aan delen, theoretische verzadiging en constante vergelijking (Bryman, 2008).

3.Geschiedenis begrip

Inductief-iteratief onderzoek is een veel voorkomende onderzoeksmethode in de gefundeerde theoriebenadering. Sinds de uitgave van het boek; ‘The Discovery of Grounded Theory: Strategies for Qualitative Research’ in 1967, worden Barney Glaser en Anselm Strauss gezien als grondleggers van de gefundeerde theoriebenadering, waarbij gebruik gemaakt wordt van Inductief-iteratief onderzoek (Bryman, 2008). De gefundeerde theoriebenadering bracht een grote variëteit van inductieve onderzoeksmethodologie. De toename van kwalitatieve onderzoeksmethoden de afgelopen 15 jaar leidde tot gedetailleerdere uitleg van inductieve onderzoeksmethodologie.

Weick en Roberts (1993), hebben een onderzoek gedaan naar ‘Why there are few catastrophes on aircraft carriers, described their research methods as follows: "we move back and forth between concepts of mind and details of reliable performance in flight operations on a modern super carrier" Onderzoeksmethoden in dit onderzoek en in andere organisationele processen, komen minder overeen met Glaser en Strauss’s inductieve gefundeerde theorie benadering, maar meer met hun iteratieve gefundeerde theoriebenadering.

Een andere manier waarop de iteratieve gefundeerde theorie benadering is geïntroduceerd, is door een analyse van procesonderzoek van Thorngate in 1976, waarbij gebruik werd gemaakt van een denkbeeldige klok om inductieve en deductieve onderzoeken te plaatsen ( Orton, 1997).

4. Voorbeeld

De geformuleerde onderzoeksvraag is;‘Wat is de invloed van sociale netwerksites op meisjes tussen de 14 en 18 jaar?’ Aan de hand van theoretische dataverzameling, kun je bedenken wat je te weten wilt komen en hoe je dit denk te bereiken. Data kan verzameld worden door het afnemen van semi-gestructureerde interviews van meisjes tussen 14 en 18 jaar. Hierna kan de data geanalysereerd worden, door de interviewresultaten te bekijken. Er moet net zo lang doorgegaan worden met data verzamelen totdat je theoretisch verzadigd bent, dit betekend dat zo lang door moet gaan met dataverzamelen totdat je genoeg informatie hebt om goede hypotheses op te stellen. Als laatst moeten de hypotheses worden opgesteld. Als er niet genoeg informatie is, kan er teruggegaan worden naar voorgaande stappen in het onderzoeksproces om meer data te verzamelen, in dit geval door het afnemen van meer semi-gestructureerde interviews (Bryman, 2008). Er wordt geredeneerd vanuit het bijzondere naar het algemene, hypotheses worden gezocht aan de hand van data verkregen door het afnemen van semi-gestructureerde interviews onder meisjes tussen de 14 en 18 jaar. Dataverzameling en analyse vullen elkaar aan. Er kan terug worden gegaan naar voorgaande stappen als er niet genoeg informatie is. Dit kan vergeleken worden met een spiraal, die steeds teruggaande bewegingen maakt (Bryman, 2008).

5. Voorbeeld in bestaand onderzoek

Charmaz[1] (1997) heeft onderzoek gedaan naar chronisch zieke mannen die lijden onder een persoonlijke identiteitscrisis. Charmaz heeft semi-gestructureerde interviews afgenomen en aan de hand hiervan heeft ze haar data- geanalyseerd en vergeleken met resultaten van een onderzoek van vrouwen met een identiteitscrisis. Mannen zochten de oorzaak bij essentiële kwaliteiten, attributen en identiteiten uit het eigen verleden. Vrouwen zochten minder naar oorzaken uit het eigen verleden (Bryman, 2008) In dit Inductief- iteratief onderzoek kan de relatie tussen theorie en onderzoek worden gezien als theoretische ideeën die ontstaan uit data. In Charmaz’s onderzoek vullen dataverzameling en analyse elkaar aan. Ze maakt gebruik van een ‘spiraalvormige’ beweging, waarmee ze door het onderzoeksproces heen loopt, maar ze eindigt met een theorie waarbij uitleg wordt gegeven aan belang van mannelijkheid bij identiteitsvorming onder mannen met een chronische identiteitscrisis (Bryman, 2008). Dit onderzoek is van toepassing aangezien er gebruik is gemaakt van inductie en iteratie (Bryman, 2008).

6. Gerelateerde begrippen

  • Inductie: Onderzoeksmethode waarbij de nadruk ligt op het ontwikkelen van een theorie vanuit bevindingen. Er wordt geredeneerd van het bijzondere naar het algemene.
  • Epistemologie: Epistemologische kwesties gaan over wat in de wetenschap gezien kan worden als acceptabele kennis en of sociale wetenschap bestudeerd kan worden volgens dezelfde principes en procedures als natuurwetenschappen (Bryman, 2008).
  • Deductie: Onderzoeksmethode waarbij de nadruk ligt op het zoeken van een logische redenering voor een theorie. Er wordt geredeneerd van het algemene naar het bijzondere.
  • Ontologie: Het gaat er om of de sociale werkelijkheid opgebouwd is uit sociale waarnemingen en acties van mensen, of dat een sociale werkelijkheid onafhankelijk is van de uitvoerder van de sociale handeling (Bryan, 2008).
  • Constructivisme: Is een ontologische stroming waarin men er vanuit gaat dat de sociale verschijnselen alleen kunnen worden bereikt door de sociale actor. Sociale verschijnselen veranderen hierdoor geregeld. Vergaarde kennis uit sociologisch onderzoek is tijdelijk (Bryman, 2008).
  • Gefundeerde theoriebenadering: Dit is een inductieve iteratieve benadering, er wordt gebruik gemaakt van theoretische dataverzameling, codering, data wordt in stukken verdeeld doordat namen worden gegeven aan delen, theoretische verzadiging en constante vergelijking (Bryman, 2008).

7. Links

  • Bryman, 2008 [2]
  • Constructivisme [3]
  • Grounded theory [5]
  • Qualitative research [9]

8. Literatuurlijst

  • Bryman, A. (2008). Social research methods (3rd ed.). Oxford: Oxford University Press.
  • Charmaz, K. (1997). Identity dilemmas of chronically ill men. The sociological quarterly, 35(2), 269-288.
  • Huehls, F. (2005). An evening of grounded theory: Teaching process through demonstration and simulation. The qualitative report, 10(2), 328-338.
  • Orton, J.D., (1997). From inductive to iterative Grounded theory: Zipping the gap between processs theory and process data. Groupe HEC, France ScancL Z Mgmt, Vol. 13, No. 4, pp. 419~.38.
  • ’t Hart, H., Boeije, H. & Hox, J. (red.) (2005). Onderzoeksmethoden. Amsterdam: Boom
Persoonlijke instellingen