Etnografie

Uit Kwamcowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

1. Definitie begrip

Etnografie: De directe waarneming en beschrijvende bestudering van de cultuur en manier van leven van een bepaalde samenleving.

2. Uitleg betekenis begrip

Etnografie kan in enkele opzichten gezien worden als een basisvorm van kwalitatief sociaal onderzoek. De term verwijst naar de beschrijvende studie van volken of samenlevingen. Gedurende een langere periode lopen onderzoekers mee in een bepaalde ‘sociale setting’. Aan de hand van participerende observatie, vaak door het afnemen van interviews en documentaire methodes, krijgen de onderzoekers een beter begrip van de cultuur, normen en waarden binnen de groep. Er wordt gebruik gemaakt zowel veldwerk als geschreven onderzoek (Bryman, 2008). Het doel bij etnografie is volgens Smith (1998) een zeer nauwkeurige collectie van kwalitatieve data door middel van het betrokken zijn als onderzoeker in de levens van degene die bestudeerd worden. Deze benadering benadrukt het verkrijgen van toegang tot de levens van degene die bestudeerd worden. Het is daarom van belang de context te kunnen observeren waarin degene die de onderzoeker bestudeerd leven en als het ware in de schoenen van de groep te staan. De onderzoeker probeert zodoende een inzicht te krijgen in hun leven (p. 266). Het is de bedoeling dat de onderzoeker vervolgens hun ervaringen, overtuigingen en begrippen vanuit hun eigen visie reconstrueert. De onderzoeker toont hierbij dus veel empathie voor elk individu uit de groep die hij/zij onderzoekt. Het probleem met deze aanpak is echter wel dat de eerdere ervaringen en conceptuele raamwerken van de onderzoeker invloed heeft op de reconstructie die de onderzoekt maakt van de gebeurtenissen en processen die voorkomen tijdens het onderzoek. Daarom is het volgens Smith (1998) belangrijk als onderzoeker een balans te vinden tussen het mengen in de groep en het buiten de onderzochte groep staan (Smith, 1998). Deze studie richt zich voornamelijk op de leefwijzen van menselijke collectiviteiten van bijvoorbeeld stammen of volken, of kleinere collectiviteiten zoals een beroepsgroep of etnische minderheden in een stad.(Have,ten,P.1999)De gedachte achter een dergelijke studie is het idee dat zo'n collectiviteit in een eigen wereld binnen de samenleving leeft. Deze wereld kan men alleen goed leren kennen door het van binnen uit te beschrijven. Enkele concrete voorbeelden hiervan zijn 'een jaar wonen' met de groep die men wil bestuderen: hun taal leren, hun jaarcyclus meemaken, vergezellen bij werk en sociale activiteiten en vooral veel met mensen uit de groep praten. De net genoemde voorbeelden komen voort uit de antropologie, maar al snel bleek dat deze werkwijze ook zeer goed bruikbaar is in bijvoorbeeld sociologie of communicatiewetenschap.


Er zijn vier vormen van etnografie:

Type 1: Open setting en overt role. Bijvoorbeeld Giulianotti's studie over voetbal hooligans.

Type 2: Gesloten setting en overt role. Bijvoorbeeld onderzoek van Patrick's naar een gewelddadige gang.

Type 3: Open setting en covert role. Bijvoorbeeld Leidner's tudie over McDonalds.

Type 4: Gesloten setting en covert role. Bijvoorbeeld Hobbs' studie over bouncers.


En ook zijn er vier rollen die de etnograaf kan aannemen in het onderzoek:

1. Complete participant: Volledig functionerend lid van de groep van de sociale setting. Hun ware identiteit is niet bekend bij de leden van de groep. Gesloten observant.

2. Participant als observer: Zelfde als complete participant maar de leden weten wat de status van de onderzoeker is.

3. Observer als participant: Onderzoeker is voornamelijk interviewer. Klein beetje observatie. Dit gebeurd vaak in een gesloten setting omdat de onderzoeker niet mee kan doen met de taken van de groep.

4. Complete observant: Onderzoeker doet niet aan interactie met de groep.

Volgens sommige schrijvers is het belangrijk om de verschillende notitie vormen te classificeren. Dit is gedaan door Lofland & Lofland in 1995 en door Sanjek in 1990. De verschillende vormen die zij beschreven hebben worden hieronder beschreven:

- Mental notes: Dit zijn notities die je in je hoofd maakt. Je schrijft de notities niet op tijdens het onderzoek, maar verwerkt ze later. Deze notitievorm is erg handig, wanneer het onderzoek in gevaar komt als je de notities wel op zou schrijven. In dit geval bestaat de kans dat je ontdekt wordt.

- Jotted notes (scratch notes): In deze vorm maak je hele korte aantekeningen. Het zijn eigenlijk meer geheugensteuntjes die je later helpen bij het analyseren van de onderzoeksresultaten. Het is het beste om deze notities uit het zicht van de repondenten te maken.

- Full field notes: Gedetailleerde notities die gelijk de belangrijkste bron van data is. De onderzoeker schrijft zoveel mogelijk data aan het einde van de dag zo gedetailleerd mogelijk uit.

Bij etnografisch onderzoek gaat het er ook om dat categorieën worden gemaakt die van ‘binnen uit’ wordt gevormd en past bij de (sub)cultuur die onderzocht wordt. Dit wordt ook wel “emic” genoemd. Als categorieën van ‘buiten af’ worden gevormd zoals vaak het geval is bij kwantitatief onderzoek wordt dit “etic” genoemd (Pike, 1967)

Bij uitbreiding kan men spreken van een “emic” tegenover een “etic” werkelijkheid of wereld, die van de onderzochten of die van de onderzoeker. De traditionele taak van de etnograaf is om door te dringen tot een “emic” wereld, die van binnenuit te leren kennen en begrijpen, om dan vervolgens een “etic” vertaling daarvan aan een academisch publiek te presenteren.

3.Geschiedenis begrip

Zoals hierboven als is genoemd, komt de etnografie oorspronkelijk voort uit de antropologie. Bryman (2008) stelt dat sinds ongeveer 1970 etnografie als begrip de voorkeur heeft gekregen boven het begrip participerende observatie. Twee begrippen die voorheen onder een noemer werden geschaard. Het was de Poolse onderzoeker Bronislaw Malinowski die in 1915 voor het eerst gebruik maakte van het zogenaamde 'veldwerk' in zijn onderzoek naar de bevolking op de Trobiand Islands. Malinowski wordt dan ook nog steeds gezien als een van de grondleggers van etnografische studies. Later is de methode van de Pool verfijnd en uitgebreid zodat het kan worden gebruikt om sociale structuren kon blootleggen.

Binnen de wetenschap lijkt de etnologie steeds belangrijker te worden. Voorbeelden daarvan zijn onder andere de opkomst van de cultural studies benadering (kwalitatief onderzoek in plaats van kwantitatief onderzoek) binnen de communicatiewetenschap en de televisiewetenschap. Zo kwam Ien Ang in 1991 met het boek Desperately seeking the audience. Daarmee was zij een van de eerste van talloze onderzoekers en wetenschappers die het belang van etnografie steeds meer in zijn gaan zien. Zo betoogt Ien Ang in 1991 in haar boek dat etnografie door omroepen vaker gebruikt zou moeten worden bij het vergaren van informatie over hun publiek (Ang, 1991; Hermes & Reesink, 2003). Het meten van kijkcijfers is een kwantitatieve onderzoeksmethode, terwijl Ang pleit voor meer kwalitatieve onderzoeksmethoden. Volgens haar is het bij het maken en beoordelen van televisieprogramma's belangrijk om te weten waarom kijkers naar de programma's kijken. Pas dan valt er eigenlijk iets zinnigs te zeggen over het publiek. De enige manier waarop dit kan is volgens Ang door middel van etnografie. Zij pleitte voor meer etnografisch onderzoek en zorgde (onder andere met dit boek) voor een omkeer binnen de televisiewetenschap. In plaats van kwantitatieve onderzoeksmethoden, worden er steeds meer kwalitatieve methoden gebruikt om voorkeuren van het publiek te onderzoeken.

4. Voorbeeld

Er is de laatste tijd veel te doen over probleemjongeren van Marokkaanse afkomst. Door te integreren in een dergelijk subgroep van de samenleving kan er misschien meer duidelijkheid ontstaan over de oorzaken van deze problemen. Met een etnografische studie, waarbij de onderzoeker zich dus mengt tussen de personen die hij wil onderzoeken, in dit geval Marokkaanse jongeren, komt de onderzoeker meer te weten over gewoontes, gedrag, en problemen van de jongeren. Met de resultaten die uit het onderzoek zouden kunnen voortvloeien, kan men op zoek gaan naar het verbeteren van de situatie omtrent deze subgroep.

5. Voorbeeld in bestaand onderzoek

Gary Armstrong publiceerde in 1998 een onderzoek naar voetbalhooligans. In: "Football Hooligans, knowing the score" integreert Armstrong in een groep die zichzelf The Blades noemt, de harde kern supporters van de Engelse voetbalclub Sheffield United. Een etnografische studie is in dit geval zeer goed bruikbaar, aangezien de onderzoeker zich mengt tussen de personen van de groep, om zo hun gedrag en taal veel beter te kunnen begrijpen. In Bryman (2008) beschrijft Armstrong dat hij na verloop van tijd zelfs tips kreeg van enkele leiders binnen de groep over activiteiten die gepland stonden. Dit geeft aan dat Armstrong volledig werd geaccepteerd en dat hij op die manier toegang heeft verkregen tot de levenswijze van deze hooligans. Hier is de link naar het onderzoek van Gary Armstrong:[1]


In het onderzoek van Fingerson (1999) werd ook etnografie als methode gebruikt. In het onderzoek werd er gebruik gemaakt van focusgroepen en individuele interviews. Er werd gekeken naar de televisiecultuur van meisjes tussen 9 en 13 jaar. Het ging vooral om de kritische beoordeling van televisie en hoe ze mediabetekenissen in hun gesprekken gebruiken. Uit het onderzoek is gebleken dat meisjes zich identificeren met de karakters en dat ze de normen en waarden vergelijken. Ook wordt televisie gebruikt als sociale kapitaal in hun gesprekken.

6. Gerelateerde begrippen

De volgende begrippen hebben betrekking op de werkwijze binnen de etnografie:

Veldwerk: Een methode van onderzoek waarbij je probeert onderdeel uit te maken van de levenswijze van de groep mensen die je onderzoekt. Deze mensen zijn door wat zij zeggen en wat zij doen, voor de onderzoeker bronnen van informatie.

Going native: Is een negatief aspect aan de etnografische onderzoeksmethode. Het kan er voor zorgen dat de kritische blik van een onderzoeker afneemt, en dat er minder aandacht is voor de theorie of onderzoeksobject. Dit komt omdat de onderzoeker te veel op gaat in de wereld van de onderzochte personen. (Boeije,H. 2005). Dit komt doordat er tijdens langdurige en intensieve participatie namelijk over-identificatie kan plaatsvinden doordat de onderzoeker 'native gaat': de onderzoeker in niet meer in staat tot voldoende afstand en heeft dan eigenlijk niet veel meer te melden dan de onderzochten. Het is uiteraard belangrijk dat de onderzoeker zich identificeert met de onderzochte groep om het perspectief zo goed mogelijk weer te geven maar de onderzoeker moet hierbij zijn eigen doelstellingen in de gaten blijven houden. Vanuit dat oogpunt kan de onderzoeker het onderzoeksveld namelijk van veel kanten belichten waaronder de kant van de 'buitenstaander' om zodoende een duidelijke en objectieve beschrijving te kunnen geven van het veld. Het gevaar schuilt er vooral in dat de onderzoeker tijdens zijn beschrijving van het onderzoeksveld bepaalde aannames voor lief neemt die voor mensen buiten het veld helemaal niet zo vanzelfsprekend hoeven te zijn en die dan tot onduidelijkheden in het onderzoek kunnen leiden.

Thick description: Omdat de onderzoeker probeert de context van degene die worden onderzocht te observeren is het ook van belang dat deze context wordt beschreven in de resultaten. Dit is wat wordt bedoeld met thick description, het beschrijven van de context waarin bepaald gedrag wordt bestudeerd zodat het voor een buitenstaander beter kan worden begrepen.

7. Links

[2]

[3]

[4]

[5]

8. Literatuurlijst

Ang, I. (1991). Desperately seeking the audience. London: Routledge.

Armstrong, G.(1998). Football hooligans. Oxford: Berg.

Boeije, H. (2005). Analyseren in kwalitatief onderzoek. Den Haag: Boom.

Bryman, A.(2008).Social research methods (3rd edition). Oxford: Oxford University Press

Fingerson, L. (1999). Active viewing; girls' interpretation of family television programs. Journal of contemporary ethnography, 28(4), 389-418.

Hermes, J., Reesink, M. (2003). Inleiding televisiestudie (1e druk). Amsterdam: Boom.

Pike, K. (1967) “Language in relation to a unified theory of the structure of human behavior.” The Hague: Mouton

Ten Have, P. (1999). Doing conversation analysis. A practical guide. London: Sage.