Gefundeerde theoriebenadering

Uit Kwamcowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

1. Definitie begrip


"De gefundeerde theoriebenadering is een theorie die is afgeleid van data, systematisch verzameld en vervolgens is geanalyseerd in het onderzoeksproces. In deze methode staan data verzameling, analyse en theorie in hechte relatie tot elkaar" (Bryman, 2008)

2. Uitleg betekenis begrip


De gefundeerde theoriebenadering is een strategie die kan worden toegepast in de kwalitatieve data-analyse. Er zijn twee centrale kenmerken van de gefundeerde theoriebenadering:

  • Gefundeerde theoriebenadering is inductief. Dat wil zeggen dat ernaar gestreeft wordt om een theorie te vormen vanuit verzamelde data;
  • Gefundeerde theoriebenadering is iteratief. Hiermee wordt bedoeld dat dataverzameling en het analyseren ervan samen gebeuren, constant op elkaar terugvallend. Het is een proces dat wordt doorlopen.

Een groot voordeel van de gefundeerde theoriebenadering is dat het de codeerfasen expliciteert.

Er zijn 3 fasen in het proces van gefundeerde theoriebenadering:

  • Open coderen: Het toekennen van steekwoorden aan delen van een tekst;
  • Axial coderen: Het vergelijken van delen tekst met dezelfde code op verschillen en overeenkomsten;
  • Selectief coderen: Het zoeken naar uitzonderingen op gevonden codes.

Het doel van het doorlopen van deze drie fasen is om theoretische verzadiging te verkrijgen. Volgens Robson (2002) heb je theoretische verzadiging bereikt wanneer je op een punt bent gekomen waar je niets nieuws meer kunt toevoegen en je dataverzameling afneemt.

Binnen de gefundeerde theoriebenadering worden verschillende fasen doorlopen die allemaal verschillende uitkomsten hebben. In het boek van Bryman (2008) worden de vijf belangrijkste vormen beschreven:

- Concepts: Concepten zijn labels die gegeven worden aan specifieke bevindingen. Zij worden door Strauss en Crobin (1998) beschreven als de bouwstenen van een theory en worden verkregen door middel van open coderen.

- Categories: Een concept dat zodanig is uitgewerkt dat aangenomen wordt dat het represent is voor fenomenen uit de bestaande wereld. Categorieen zijn bastracter dan concepten.

- Properties: Apsecten van een category.

- Hypotheses: Mogelijke ingevingen over links tussen concepten.

- Theory: Verder ontwikkelde caterorien die systematisch aan elkaar gerelateerd zijn, waardoor zij een netwerk creeeren om zodoende fenomenen te verklaren. Binnen de theorien bestaan twee soorten. Dit zijn de subsanive theory en de formal theory. De formal theory is hierbij de meest ontwikkelde.

3. Geschiedenis begrip


De gefundeerde theorie benadering wordt vaak gezien als een reactie op de dominante stroming van de twintigste eeuw, met name de Chicago school in de sociologie. De kritiek die er vaak wordt gegeven op kwantitatief onderzoek is dat de onderzoeker de waarnemingen voor analyse doeleinde forceert in onderzoekscategorieën. Bij de gefundeerde theorie benadering worden de categorieën continue gewijzigd en aangepast aan de data.

De grondleggers van de gefundeerde theoriebenadering zijn Glaser en Strauss. Glaser echter, kreeg het gevoel dat de benadering die Strauss promootte teveel prescriptief was en teveel op de ontwikkeling van concepten inging, in plaats van op theorieen. Maar vanwege de grotere bekendheid van Strauss' zijn benadering wordt deze meer geaccepteerd en aangehangen. Toch bestaat er nog steeds een controverse over wat gefundeerde theoriebendering precies is en wat het omvat. Dus is er een onderscheid ontstaan tussen de Glaseriaanse en de Straussiaanse benadering (Bryman, 2008). Hier wordt de Straussaanse benadering uitgewerkt.



Soms wordt de term gefundeerde theoriebenadering alleen gebruikt om te impliceren dat de analyst zijn theorie in data heeft gefundeerd, dan is de gefundeerde theoriebenadering meer een synoniem van inductie (Bryman, 2008).


De grondleggers van de gefundeerde theoriebenadering beoogden een werkwijze te presenteren waarmee onderzoekers een theorie konden ontwikkelen op basis van systematisch verkregen en geanalyseerde onderzoeksgegevens. Die theorie zou passen bij de onderzochte situaties, omdat hij voortkwam uit en werd gesteund, met andere woorden was gefundeerd in, dezelfde empirische omgeving ('t Hart et al., 2005).

De theorie is tegenwoordig verder ontwikkeld door collega's van Glaser en Strauss. Er bestaan nu enkele varianten van de gefundeerde theoriebenadering die regelmatig discussies opleveren. Zo is er een variant met een gefaseerde onderzoeksopzet waarbij dataverzameling en data-analyse elkaar afwisselen. (Boeije, 2005)

4. Voorbeeld


Gefundeerde theoriebenadering uitgelegd aan de hand van een stappenplan:

1. Onderzoeksvraag formuleren: Wat is de invloed van seks in clips op tienermeisjes?

2. Theoretische sampling uitvoeren bij doelgroep: Interviews uitvoeren met tienermeisjes.

3. Verzamelen van de data: Uitwerken van de interviews.

4. Coderen van de verzamelde data: Terugkerende uitspraken coderen zodat hieruit concepten kunnen worden gevormd.

5. Constant vergelijken: Iteratief blijven onderzoeken, dus als er onduidelijkheid heerst tijdens het coderen, stap 2 en 3 opnieuw uitvoeren.

6. Theoretische verzadiging van de categorieen: Alle nodige informatie die van belang is om de onderzoeksvraag te beantwoorden is verzameld.

7. Relaties tussen categorieen zoeken: Zo ontstaan er hypothesen die getoetst kunnen worden.

8 en 9. Stap 2 en 3 nogmaals herhalen: Verdere interviews uitvoeren om de hypothesen verder uit te werken.

10. Verzadiging van de categorieen: Alle nodige informatie die nodig is om de hypothesen te testen is aanwezig.

11. Hypothesen testen: Leidt tot een substantiele theorie.

12. Data uit andere settings verzamelen: Leidt tot een formele theorie.

(Bryman, 2008)

5. Voorbeeld in bestaand onderzoek


In het onderzoek van Charmaz (1997) is de gefundeerde theoriebenadering toegepast. Ze heeft onderzoek gedaan naar de identiteitsdilemma's die cronisch zieke mannen ervaren. In haar onderzoek zijn de 3 fasen van de benadering erg duidelijk te onderscheiden (Bryman, 2008). Allereerst houdt ze diepte-interviews met de mannen van haar doelgroep. Vervolgens onderzoekt ze de transcripten en probeert ze thema's te ontdekken waar mannen veel mee te maken hebben. Dan ontwerpt ze categorieen waarin ze uitspraken van mannen kan plaatsen. Dan begint ze weer opnieuw met interviews om de categorieen verder uit te werken. Vervolgens loopt ze nogmaals de bovengenoemde stappen door tot ze theoretisch is verzadigd.

Uiteindelijk ontwerpt Charmaz een theory die uitleg geeft aan het belang van mannelijkheid bij de identiteitsvorming van cronisch zieke mannen (Charmaz, 1997).


Peter Klerks (2002) heeft met gebruik van de gefundeerde theoriebenadering onderzoek gedaan naar wetsovertreders. Het onderzoek richtte zich op de georganiseerde criminaliteit. Bij het oprollen van bendes, bleken de achtergebleven handlangers de criminele bedrijven ontzettend snel weer op te zetten. Met behulp van gefundeerde theoriebenadering heeft Klerks, door middel van van dossieronderzoek, literatuuronderzoek en interviews, getracht georganiseerde criminaliteit te analyseren en daarbij een theorie te ontwikkelen.

6. Gerelateerde begrippen


  • Inductie: Gefundeerde theoriebenadering is een vorm van inductief onderzoek, omdat het theorie vormt vanuit verkregen data.
  • Inductief-iteratief onderzoek: Ook is gefundeerde theoriebenadering een vorm van iteratief onderzoek, omdat het een proces is dat wordt doorlopen waarin steeds nieuwe data wordt verzameld, die vervolgens wordt geanalyseerd.
  • Semiotiek: Semiotiek is ook een strategie binnen de kwalitatieve data-analyse.
  • Discoursanalyse: Nog een strategie binnen de kwalitatieve data-analyse.
  • Theoretische verzadiging: Het doel van gefundeerde theoriebenadering.

7. Links


8. Literatuurlijst


  • Bryman, A. (2008). Social research methods (3rd ed.). Oxford: Oxford University Press.
  • Charmaz, K. (1997). Identity dilemmas of chronically ill men. The sociological quarterly, 35(2), 269-288.
  • Cramer, D. & Howitt, D. (2005). Introduction to Research Methods in Psychology. Harlow: Pearson Education Limited.
  • Huehls, F. (2005). An evening of grounded theory: Teaching process through demonstration and simulation. The qualitative report, 10(2), 328-338.
  • Boeije, H. (2005). Analyseren in kwalitatief onderzoek. Amsterdam: Boom onderwijs.