Ontologie

Uit Kwamcowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Definitie ontologie


Ontologie is de theorie over de beginselen die de werkelijkheid tot stand brengen en structureren (C. Tromp, 2004).


Uitleg en betekenis van het begrip ontologie


Ontologie is een onderdeel van de metafysica afkomstig uit de filosofie. Binnen de ontologie, ook wel zijnsleer genoemd, denkt men na over het zijn van dingen en hoe zij bestaan. De ontologie houdt zich dus bezig met het erkennen van entiteiten.

De ontologie maakt duidelijk welke elementen als fundamentele bouwstenen van de werkelijkheid worden gezien. In de sociale wetenschappen betekent dit het nadenken over het bestaan van sociale constructies, actoren, tijd, ruimte, normen en macht en hoe deze dan bestaan (C. Tromp, 2004). Ze zijn niet aan te wijzen maar komen voort uit theorieën die impliceren dat ze bestaan.

In de sociale wetenschap zijn er twee verschillende ontologische perspectieven te onderscheiden. Dat van het objectivisme en constructivisme

Het objectivisme gaat ervan uit dat sociale fenomenen ons confronteren met externe feiten die buiten onze invloed liggen. Het objectivisme gaat ervan uit de sociale fenomenen niet beïnvloed worden door sociale actoren wat betekend dat ze met deductief onderzoek onderzocht kunnen worden. Daarom past deze visie meer bij kwantitatief onderzoek.

Het constructivisme is de tegenhanger van het objectivisme en gaat ervan uit dat sociale fenomenen en hun betekenissen continue worden verwezenlijkt door sociale actoren. Het impliceert dat de sociale fenomenen en sociale categorieën niet allen geproduceerd worden door sociale interactie maar dat ze ook constant worden herzien (Bryman, 2004). Er wordt dus mee bedoeld dat zonder sociale actoren en geen sociale fenomenen zouden zijn. In het onderzoek past deze visie beter bij kwalitatief onderzoek omdat men inductief te werk gaat en constant bezig is met het herzien van de theorie net als dat de sociale fenomenen contant worden herzien.

Geschiedenis van de ontologie


Ontologie stamt uit de traditie van de metafysica en wordt oorspronkelijk opgevat als slechts de objectieve werkelijkheid, waartoe wij mensen ons cognitief denken kunnen verhouden. In de klassieke oudheid was ontologie nog gelijk aan metafysica wat letterlijk betekent: ‘wat boven/na de natuur komt’. De oude filosofen hielden zich al bezig met denken over wat er na de wetenschap kwam en wat er (nog) niet onderzocht kon worden. Men dacht na over dingen waar ze de waarheid nog niet over wisten en maakten daar theorieën over. Een van de eerste filosofen/ontologen was Aristoteles die de metafysica een naam gaf. Door de tijd heen zijn er veel bekende filosofen die zich bezig hielen met ontologie. Bijvoorbeeld Descartes (1596-1650) die in zijn boek over filosofie schreef:
Alt
"Zo is heel de filosofie als een boom, waarvan de wortels de metafysica zijn, de stam de fysica, en de takken die aan de stam ontspringen alle andere wetenschappen, die drie hoofdtakken vormen, namelijk de geneeskunde, de mechanica en de moraal."(Visser, 1989).

Christian Wolff (1679-1754) splitste uiteindelijk de termen ontologie en metafysica en definieerde ontologie zoals we het tegenwoordig kennen als leer van de zijnden als zodanig, hun aard, eigenschappen, rangorde en onderlinge betrekkingen. De metafysica houdt zich daarentegen meer bezig met waarom, waardoor en waarvoor iets is.

Een Voorbeeld van ontologie


Een voorbeeld van ontologie en het nadenken over het bestaan van dingen en hoe ze bestaan. Het is logisch voor ons dat een stoel een, stoel is en dat bijvoorbeeld in het Engels het woord chair naar hetzelfde object refereert. Dit zijn waarneembare objecten. Maar het denken over kracht of massa verwijst niet naar direct waarneembare dingen. De dingen die wij kracht en massa noemen komen voort uit een theorie, waardoor zij bestaan. De vraag is daarbij dat als we de theorie veranderen, veranderen we dan ook de betekenis van de woorden? Een voorbeeld uit de sociale wetenschap is het woord klasse. Klasse wordt in verschillende theorieën anders gebruikt. Zo bedoelde Karl Marx wat anders met klasse dan Max Weber. De betekenis van het woord wordt dus bepaald door de theorie waar deze in voorkomt (M. Leezenberg & G. de Vries, 2003).

Karl Marx
Max Weber










Voorbeeld van ontologie in bestaand onderzoek


Ontologie is tegenwoordig indirect terug te vinden in veel onderzoeken. Grand theories zijn onstaan over het denken over begrippen en wat deze dan precies inhouden en dat is een vorm van ontologisch onderzoek. In het onderzoek van Milet et al. (2006) [[1]] wordt een uiteenzetting gegeven over de ontwikkeling van de gefundeerde theorie benadering. Hierin wordt beschreven welke verschillende richtingen er op kan worden gegaan zoals het verschil in visie van Glaser en Strauss en Charmaz . Dit vind ik een voorbeeld van ontologisch onderzoek omdat er nagedacht wordt over de betekenis van een theorie en op welke verschillende manieren deze toepasbaar is en hoe deze theorie zich ontwikkeld.

Gerelateerde begrippen


Objectivisme is een visie binnen de ontologie die ervan uitgaat dat sociale actoren geen invloed hebben op sociale fenomenen en past goed binnen kwantitatief onderzoek.

Constructivisme is een visie binnen de ontologie die ervan uitgaat dan sociale actoren en fenomenen samen hangen en constant veranderen. Daarom past deze visie goed bij het kwalitatief onderzoek.


Epistemologie hangt samen met de ontologie. Beide zijn stromingen uit de filosofie maar ontologie houdt zich meer bezig met nadenken over kennis en de reflectie op kennis zelf. Epistemologie is daarin tegen bezig met de inhoud van kennis en kijkt waar kennis verbeterd kan worden.

Links



Ontologie op wikipedia [[2]].

Informatie pagina over formele ontologie [[3]].

Literatuurlijst



Bryman, A. (2008). Social research methods (3rd ed.). Oxford: Oxford University Press.

Leezenberg, M. & de Vries, G. 2003. Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen. Amsterdam, Amsterdam University Press.

Mills J., Bonner A. & Francis K. (2006) The development of constructivist grounded theory. International Journal of Qualitative Methods 5(1), Article 3.[[4]]

Tromp, C. (2004). Breedbeeld wetenschap. Utrecht: Jan van Arkel.

Visser, G. (1989) Nietze en Heidegger. Een confrontatie. Nijmegen: SUN


Student


Kirsten Mataheru,5983916