Semiotiek

Uit Kwamcowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

1. Definitie begrip

Semiotiek is een vorm van wetenschap die zich bezighoudt met tekens. In de communicatiewetenschap richten we ons vooral op tekens die bijdragen aan een communicatieboodschap. Het interpreteren ervan en de betekenisgeving eraan.

2. Uitleg betekenis begrip

Zoals hierboven beschreven is semiotiek, het onderzoek naar tekens en de interpretatie ervan, in communicatieboodschappen. Semiologie brengt volgens Smith (1998) de bestudering van taal tezamen met de bestudering van cultuur. Op deze manier wordt er hergedefinieerd was gezien kan worden als een legitiem onderwerp om te bestuderen in de sociale wetenschap. Om te begrijpen hoe taal de uitvoering van de sociale wetenschap beïnvloedt benadrukt de semiologie dat het van belang is issues te bestuderen zoals hoe linguïstische tekens zinvol zijn binnenin het culturele leven van degene die deze tekens interpreteren. De semiologie concentreert zich op het bestuderen van vormen van representaties ie deel uit maken van ons leven, bijvoorbeeld de rol die soaps spelen in onze maatschappij of andere televisieprogramma’s (Smith, 1998). Dit begrip wordt vaak gezien als allesomvattend. Maar daar wordt nog veel over gediscussieerd. Het fundament van de semiologie is gebaseerd op het concept van ‘het teken’ van structuralist Saussure. Het discussiepunt is vaak het begrip 'teken'. Want wat is wel een teken, en wat niet. vb. Je hebt een licht gelige huidstint, veel lichter dan normaal, je kunt zeggen dat je dan ziek bent. Maar is een licht gelige huidstint wel een teken. In ieder geval niet als communicatieboodschap, maar medisch gezien kun je zeggen dat een licht gelige huidstint een teken is van ziek zijn. Zo zie je maar, dat alles meerdere betekenissen kan hebben. Een licht gelige huidstint kan immer ook staan voor een aziatische afkomst. De bedoeling van de zender is niet van belang bij semiotiek, het gaat om het teken zelf en hoe het geïnterpreteerd wordt. Semiotiek is gericht op het ontdekken van de verborgen betekenis in teksten in de brede zin van het woord (Bryman, 2008). Hier volgt een lijst van tekens die over het algemeen wel vallen onder het begrip communicatiemiddel, en in die zin dus het begrip semiotiek beperken tot een kleiner gebied:

- letters

- symbolen

- braille

- woorden

- karakters (zoals in het chinese geschrift)

- morsetekens

- verkeersborden

- gebaren

- iconen

- voorwerpen

- geoglieven

[1]

Het bestuderen van tekens is niet alleen op menselijk gebied gebeurd, ook bij dieren kun je spreken van tekens die zij elkaar geven. In dat geval betreft het biosemiotiek. Sommige wetenschappers zijn er zelfs van overtuigd dat ook de tekens van ruimtewezens bij semiotiek horen. Barthes, een Franse semioticus, was volgens Smith (1998) geïnteresseerd in de capaciteit van een woord, geluid of beeld om betekenissen te genereren voor degene die ze lazen. Hij maakte echter een onderscheid tussen niveaus waarop tekens operen, namelijk het niveau van denotatie en connotatie. Barthes noemt denotatie een eersterangs semiologie systeem en connotatie een tweederangs semiologie systeem. Een denotatie ergens van maken, bijvoorbeeld het teken van een huis, boom en beest, is het identificeren van dit teken in termen van een feitelijke beschrijving. Men zou dit dan beschrijven als dat dit een huis een boom en een beest is. Er zitten echter ook betekenissen vast aan dit teken, connotaties, bijvoorbeeld burgelijkheid, zekerheid en het traditionele plaatje van getrouwd zijn, een huis hebben en een huisdier hebben. Dit teken staat dus symbool voor al deze betekenissen. Voor Barthes opereren denotaties op het niveau van taal en connotaties op het niveau van metataal. Connotaties zitten vast aan de tekens die in taal voorkomen, dus zij veranderen ook de betekenis van deze tekens (p. 241).

3.Geschiedenis begrip

De term semiotiek is 1800 jaar geleden (200 A.D.) voor het eerst gebruikt, in de medische wereld. Claudius Galenus gebruikte de term semiotiek om de ziekteverschijnselen van zijn patienten te beschrijven. De omschrijving van het begrip, en de toepassing ervan is echter al eerder in de geschiedenis gebruikt. Plato en Aristoteles (400 B.C.) gebruikten de termen betekenisdrager en betekenis al; eigenlijk de voorlopers van semiotiek. Pas in het eind van de 17e eeuw, werd semiotiek toegepast in de wetenschap. John Locke schreef er een essay over.

Na het essay van John Locke is het begrip verder ontwikkeld door een aantal wetenschappers. Een daarvan is Ferdinand de Saussure. Hij legde de relatie tussen het woord (hoe het eruit zag) en wat het betekende. Hij stelde ook dat woorden op zich geen betekenis hebben. Dat krijgen ze pas als ze in verband worden gebracht met andere woorden.

vb. Het begrip 'Nederland' heeft op zich geen betekenis, pas als je het in verband brengt met 'Zambia' of de 'Verenigde Staten van Amerika' krijgt het een betekenis.

Ferdinand de Saussure heeft een grote bijdrage geleverd aan de de semiotiek (door De Saussure ook wel semiologie genoemd). Hij beperkte zich aan het begin van de twintigste eeuw tot betekenaar en betekende (de vorm en inhoud van een teken) als basis van ons taalsysteem (langue) (Hermes & Reesink, 2003). Deze twee zijn volledig arbitrair (betekenaar en betekende zijn cultureel vastgelegd). Tekens en betekenissen veranderen echter in de loop der jaren voortdurend. Dit noemde De Saussure parole (de veranderlijke kant van taal). Zowel la langue als la parole zijn beiden erg belangrijk bij betekenisgeving en zijn niet ondergeschikt aan elkaar (Pisters, 2007).

Naast Saussure spreekt ook Charles Peirce van een relatie tussen de eigenschappen van een woord, hij voegt nog een derde eigenschap toe, dat is de conclusie. Daarmee bedoelt hij de interpretatie die wij aan het teken geven, na het in overweging nemen van 'het woord' en 'wat het betekende'.

Naast deze twee recente wetenschappelijke uitspraken, heerst er ook nog een derde opvatting. Dat is die van Clause Lévi-Strauss. Hij ziet tekens meer als structuren. Als meerdere tekens op hetzelfde wijzen, is het waarschijnlijker dat het zo is. Maar niet alleen structuren zijn belangrijk voor tekens. Ook de cultuur is van belang, een teken kan namelijk in iedere cultuur iets anders betekenen. Denk aan het boeren na het eten, in de Westerse cultuur is dat ronduit onbeschoft, maar in Azië is het heel normaal, en een teken van waardering voor het eten.

[2]

4. Voorbeeld

Een goed voorbeeld van semiotiek in het dagelijks leven is, wanneer je over straat rijdt, en je komt een stopbord tegen. Doordat er "STOP" op het bord staat weet je dat je moet stoppen. Maar je weet ook dat de kleur en vorm van het bord betekenen dat je moet stoppen. Zelfs de streep op de straat vertelt je dat je moet stoppen, ook al staat er in werkelijkheid "niets", alleen maar een streep. Tegelijkertijd geef je betekenis aan het bord, je weet dat het gevaarlijk is als je niet stopt voor het bord, je weet dat je voorrang moet geven aan andere weggebruikers en je weet dat het verboden is om het te negeren. Dat stopbord vertelt je dus heel veel, zonder dat er eigenlijk veel op staat.

Een ander voorbeeld van semiotiek gaat over een bos rozen. Wanneer men een bos rozen krijgt ziet men dat in onze cultuur als een liefdevol geschenk. Hierbij is de bos rozen het teken. Volgens Saussure bestaat een teken uit twee elementen, namelijk een 'betekenisgever' en het 'betekende'. De rozen vormen hier de betekenisgever. Deze betekenisgever is slechts de steel met de bloem eraan. Het liefdevolle aspect is hierbij nog niet aan de orde gekomen. Bij het betekenende blijven de rozen buiten beschouwing en komt juist het liefdevolle aspect naar voren. Tussen deze twee elementen bestaat een relatie en daardoor ziet men de bos rozen als een liefdesboodschap (de Bruin, 1999).

5. Voorbeeld in bestaand onderzoek

Een recent onderzoek naar semiotiek is uitgevoerd door een studente aan de universiteit van Utrecht. Emily van der Ven (de studente in kwestie) heeft onderzocht hoe semiotiek in reclame werkt. [3] is de link naar haar scriptie. Ze begint haar scriptie met een uitspraak van een Oostenrijkse wetenschapper, hij zegt dat er "natuurlijk wel globale producten zijn, maar geen globale mensen" hij bedoelt dat je, als je een product mondiaal op de markt wilt brengen, dat deze binnen iedere cultuur moet passen. Emily gebruikt semiotiek om te kijken of er verschil zit tussen de reclame van Franse en van Duitse automerken. Ze onderzoekt of de tekens anders gebruikt worden. Ze vindt dat de Franse automerken zich meer op het uiterlijk van de auto richten en de Duitse merken zich meer op hetgeen dat onder de motorkap zit; de prestaties dus.

6. Gerelateerde begrippen

Semiotiek hangt met een aantal andere methoden samen.Voorbeelden hiervan zijn:

Semantiek: hoe geeft een ontvanger betekenis aan een boodschap.

Imagologie: onderzoek naar etnische/nationale stereotypes.

Syntactiek: taalkundig deelgebied dat zich richt op alles wat met een formele verbinding tussen een natuurlijke taal en bijbehorende symbolen te maken heeft.

Pragmatiek: bestudeert de relatie tussen tekens en de zender.

Discoursanalyse: manieren om teksten, spraak en gesprekken te bestuderen en te begrijpen. Bij semiotiek draait het om welk teken verwijst naar wat (Duits, 2010). Daardoor hangt het enigszins samen met elkaar.

Ook hangt semiotiek samen met het begrip constructivisme. Deze filosofie gaat ervan uit dat verschijnselen sociale constructies zijn, en daarmee houdt het zich bezig met betekenisgeving en perceptie. Hier hangt semiotiek ook mee samen.

7. Links

http://nl.wikipedia.org/wiki/Semiotiek

http://labyrinth.rienkjonker.nl/glossary/term/1263

http://igitur-archive.library.uu.nl/student-theses/2009-0108-200548/Scriptie.pdf

http://www.aber.ac.uk/media/Documents/S4B/semiotic.html

http://cf.hum.uva.nl/images/info/leers.html

8. Literatuurlijst

Bryman, A. (2008). Social research methods (3rd ed.). Oxford: Oxford University Press.

de Bruin, J. (1999). De spanning van seksualiteit: Plezier en gevaren in jongerenbladeren. Amsterdam: Het Spinhuis

't Hart, H., Boeije, H., Hox, J. (2005). Onderzoeksmethoden (4e druk). Amsterdam: Boom onderwijs.

Hermes, J., Reesink, M. (2003). Inleiding televisiestudie (1e druk). Amsterdam: Boom.

Pisters, P. (2007). Lessen van Hitchcock. Een inleiding in de mediatheorie (3e druk). Amsterdam: Amsterdam University Press.